De oplossingen

Werken faunavoorzieningen?

Faunavoorzieningen zijn nodig om ervoor te zorgen dat dierenpopulaties in Nederland elkaar kunnen bereiken en nieuwe leefgebieden kunnen ontdekken. Daarnaast moeten ze zorgen voor minder verkeersslachtoffers. Nu veel voorzieningen zijn aangelegd, wordt regelmatig onderzocht of de maatregelen ook het gewenste effect bereiken.

Om te weten of faunavoorzieningen bijdragen aan de duurzaamheid van populaties, is het allereerst belangrijk om te onderzoeken of de beoogde diersoorten inderdaad gebruik maken van de voorzieningen. Het meeste onderzoek dat nu is uitgevoerd, is hierop gericht. Door middel van sporenonderzoek, cameravallen en GPS-tracking is onderzocht welke dieren er hoe vaak van de voorzieningen gebruik maken. Verslagen van deze zogenoemde monitoringsonderzoeken zijn te vinden bij publicaties.

Positieve monitoringsresultaten

De conclusies uit de monitoringsonderzoeken zijn overwegend positief. Mits goed onderhouden, maken de meeste dieren goed gebruik van de aangelegde voorzieningen. Daarnaast lijken de faunavoorzieningen voor bepaalde soorten effectief in het reduceren van het aantal verkeersslachtoffers en het verbeteren van de connectiviteit van leefgebieden. Bovendien zijn er al enkele voorbeelden van populatiegroei gesignaleerd – een goed teken.

Meer onderzoek nodig

De vraag of faunavoorzieningen effectief bijdragen aan het duurzaam voortbestaan van populaties, is echter nog niet simpelweg met 'ja' of 'nee' te beantwoorden. De resultaten uit de onderzoeken tot nog toe, geven nog niet voldoende informatie om ook te kunnen concluderen of de voorzieningen effectief zijn voor het voortbestaan en de vitaliteit van de populaties van de doelsoorten.
Inzicht op dit gebied helpt om te bepalen of en waarom de faunavoorzieningen effectief zijn, om hier ook in de toekomst het beleid rondom het aanleggen van nieuwe infrastructuur en faunavoorzieningen op aan te passen.