De oplossingen

Soorten faunavoorzieningen

Faunavoorzieningen verbinden leefgebieden van verschillende diersoorten weer met elkaar. Er bestaan verschillende soorten.

Ecoduct

Een ecoduct, wildwissel, natuurbrug of wildviaduct is een viaduct waarbij (meestal) de bovenste laag gereserveerd is om dieren een weg te laten oversteken. Bij een ecoduct is de maatregel tegelijkertijd een soort natuurgebied boven een snelweg. Soms worden ecoducten ook gebruikt door anderen. Denk dan aan fietsers of wandelaars.

 

Ecoduiker

Ecoduikers zijn doorgangen (ook wel faunavoorzieningen) voor kleine zoogdieren, zoals: muizen, konijnen, marters en egels, maar ook voor amfibieën, zoals: kikkers, salamanders en padden. De ecoduiker moet voorkomen dat dieren dood worden gereden als ze de weg oversteken, op zoek naar voedsel of een partner. Een ecoduiker bestaat vaak uit looprichels onder bruggen voor kleine dieren. Zij hoeven dan niet meer een drukke weg over te steken.


 

Faunatunnel

Ook wel wildtunnels genoemd. Een oplossing om de verbinding tussen natuurgebieden te herstellen, is het realiseren van faunatunnels. Zo kunnen dassen, maar ook kleine amfibieën veilig oversteken bij een auto-, spoor en/ of vaarweg. Het is dikwijls een ondergrondse oversteek voor grote en kleine dieren. Ze zijn er in alle soorten en maten.

 

Hop-over

Een hop-over is bijvoorbeeld een voor vleermuizen veilige vliegroute over een weg. Een hop-over kan bijvoorbeeld gerealiseerd worden door aansluitende hoge boom kronen aan beide zijden van een weg.

Boombrug

Boombruggen zijn oversteekplaatsen voor bijvoorbeeld eekhoorns en boommarters. Ze bevinden zich doorgaans tussen bomen, hoog in de lucht. Op de A12 bij kilometerpaal 73,90 is een boommarterbrug geplaatst in 2004.