Evenhoevigen

Evenhoevigen zijn zoogdieren met poten die twee of vier tenen hebben. De tenen worden omgeven door brede nagels (hoeven), behalve bij kamelen. Evenhoevigen dragen op hun kop vaak horens (holhoornigen, giraffen) of een gewei (herten). Op deze pagina's informeren we u over het damhert, het edelhert, de ree, het wild zwijn en de moeflon.

Edelhert Het edelhert heeft in de zomer een roodbruine vacht die in de winter grijsachtig bruin is. Het winterhaar bevat luchtcellen en heeft daardoor een isolerende werking. De buikzijde is wit en het staartstuk (ook wel spiegel genoemd) heeft lange haren en is wit tot roomkleurig. Van september tot december krijgt het edelhert zijn wintervacht en vanaf mei tot augustus de zomervacht (rui). De rui begint bij de kop, de poten en het voorlijf. Het mannetje heeft in de herfst manen aan de hals.


Ree
De ree heeft een zandgele tot roodbruine vacht in de zomer en in de winter is deze meer grijsbruin van kleur. Af en toe komen er een zwarte of witte exemplaren voor (ook wel melanistisch en leucistisch genoemd). In de herfst wordt de vacht langer en verkleurt tot grijsbruin en in het voorjaar wordt de vacht vervangen door de kortere oranjebruine vacht.

Wild zwijn Het wild zwijn heeft een donkere, borstelige vacht met een dikke ondervacht. In de lente verhaard het wild zwijn en krijgt hij een kortere en lichtere vacht. Hij heeft een gedrongen romp en een langwerpige kop met een afgeplatte sterke snuit. Zijn oren zijn breed, rechtopstaand en behaard en hij heeft kleine ogen. De staart is recht en vrij lang en volwassen dieren hebben er een pluim aan. Een volwassen mannetje heeft twee slagtanden.



Damhert
Het damhert staat wat formaat betreft tussen ree en edelhert in. De kleur van zijn vacht is oorspronkelijk roodbruin, zwart of gevlekt, maar er komen veel kleurvarianten en zelfs effen zwart en geheel witte exemplaren voor. Bovendien heeft het damhert een zomervacht en wintervacht die qua kleur van elkaar verschillen. Dikwijls komen binnen één roedel diverse kleurvariëteiten voor.

MoeflonHet moeflon heeft een korte, roodbruine tot kastanjebruine vacht. Rondom de ogen en neus, in de oren, bij de buik, hoeven en dijen is de vacht witachtig. Hoe ouder een dier is, hoe groter de vlekken worden. Mannetjes hebben op de rug een lichte, zadelvormige vlek. Vrouwtjes zijn lichter en grijzer van kleur. In de zomer zijn de kleurverschillen minder duidelijk en zijn mannetjes ook lichter van kleur.

Meer weten? Uitgebreide informatie over de bever is te vinden op de website van de Zoogdiervereniging op een van de volgende pagina's: Damhert - Edelhert - Ree - Wild zwijn - Moeflon.