Otter

De otter leeft in oeverzones met voldoende dekking en rust van allerlei soorten wateren, zoals meren, plassen, rivieren, kanalen, beken en moerassen. Maar ook in kustzones, rotskusten en estuaria. In Tibet komt de otter zelfs in de bergen voor. Ze leven in schoon en zoet water, waar voldoende voedsel, dekking en rust is. In brakke en zoute wateren komen ze alleen voor als er zoet water in de omgeving is, omdat ze dat nodig hebben voor het schoonhouden van hun pels en als drinkwater.

De otter is een schuw dier dat op de meeste plaatsen 's nachts actief is, maar langs de kust waar ze in zee jagen zijn ze overdag actief. Heel soms zijn otters overdag buiten om te zonnebaden. De otter kan uitstekend zwemmen en duiken; hij kan tot 4 minuten onder water blijven. Bij het zwemmen en duiken functioneert de staart als roer, in combinatie met de achterpoten. De otter heeft een goed gehoor en zicht- en reukvermogen. De otter houdt geen winterslaap.

Meer weten? Uitgebreide informatie over de otter is te vinden op de website van de Zoogdiervereniging, lees meer >>