Home > MJPO > Meest gestelde vragen
Veelgestelde vragen
Wat is het Meerjarenprogramma Ontsnippering? En: hoeveel knelpunten zijn er al opgelost? Het antwoord op deze en andere vragen vindt u op deze pagina.
10/06/13 Momenteel werken wij aan een antwoord op de vragen die we ontvangen na publicatie van het rapport 'Onbeperkt Houdbaar' van de raad voor de leefomgeving en infrastructuur. Naar verwachting zal het antwoord eind juni 2013 te vinden zijn in deze veelgestelde vragenlijst.
Wat is het Meerjarenprogramma Ontsnippering? Het Meerjarenprogramma Ontsnippering (MJPO) is een nationaal gebiedsgericht programma waarbij Rijk en Provincies, vaak in overleg met gemeenten en waterschappen of natuurbeschermingsorganisaties samenwerken aan het wegnemen van ecologische barričres, die zijn ontstaan door aanleg en gebruik van rijksinfrastructuur (wegen, kanalen en spoor) in de Ecologische Hoofdstructuur (kortweg: EHS).
Wat is de kernboodschap van het MJPO? Het Meerjarenprogramma Ontsnippering (MJPO) heeft als doel om in 2018 de 215 belangrijkste barričres in de Ecologische hoofdstructuur (EHS) die door de bestaande rijksinfrastructuur (rijkswegen, rijkskanalen en spoorlijnen) zijn veroorzaakt, op te heffen. Dit vindt plaats onder regie van de provincies met een integrale gebiedsgerichte aanpak.
Waarom is het nodig? Door de aanleg van autosnelwegen, spoorwegen en kanalen zijn natuurgebieden van elkaar gescheiden en daardoor vaak ook essentiële delen van eenzelfde leefgebied. Dit tast flora en fauna aan; o.a. door geďsoleerdere ligging van leefgebieden en door verkeersslachtoffers onder de dieren. Behalve dat maatregelen nodig zijn om de leefgebieden van diersoorten en van planten te verbeteren is het ook nodig ze met elkaar te verbinden. Dat geeft meer leefruimte aan dieren en planten. En dieren worden minder vaak doodgereden. Klimaatverandering versterkt de noodzaak tot het weer verbinden van gescheiden leefgebieden. Soorten zullen zich immers verspreiden naar andere gebieden door de veranderende klimatologische omstandigheden.
Wat is de Ecologische Hoofdstructuur? De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is een netwerk van met elkaar verbonden natuurgebieden, dat zich uitstrekt over heel Nederland. Het is als het ware de groene ruggengraat van ons land. Als de gebieden goed en veilig met elkaar verbonden zijn, krijgen planten en dieren grotere overlevingskansen. In 2000 zijn aan het concept van de EHS de robuuste verbindingen toegevoegd. Dit vormen de belangrijkste verbindingen binnen de EHS.
Om wat voor soort knelpunten gaat het? Bij de 215 maatregelen gaat het om het oplossen van de belangrijkste knelpunten. Naast dat alle knelpunten zijn gelegen in de EHS zijn de knelpunten ook onderkend door regionale en landelijke deskundigen. En tenslotte zijn de knelpunten nader onderbouwd aan de hand van een model dat aangeeft waar het nemen van maatregelen leidt tot meer levensvatbare populaties van bepaalde diersoorten.
Is het natuurbeleid alleen gericht op het verbinden van geďsoleerde gebieden? Verbinden van gebieden is belangrijk maar niet als enige. De kwaliteit van de te verbinden gebieden is eveneens van groot belang. Tegengaan van verdroging, vergiftiging, nivellering en/ of vernietiging is van blijvend belang. Ook de oppervlakte van de leefgebieden is van belang. Voor de kwaliteitsimpuls van habitats (leefgebieden) worden andere programma’s uitgevoerd dan het MJPO.
Is isolatie altijd een probleem? Sommige diersoorten zijn gebaat bij het gescheiden zijn van andere sterk concurrerende soorten of van aanvallers. Een regelmatig genoemd voorbeeld is dat van de Noordse woelmuis (speciale aandacht binnen Natura 2000). Deze soort legt het af als er ook veldmuizen en aardmuizen in zijn leefgebied voorkomen. Maar de leefgebieden van de Noordse woelmuis dienen wel met elkaar verbonden te worden om een sterke populatie te behouden. Ook het weghouden van vossen bij weidevogels kan zo’n gerichte beheermaatregel zijn. Isolatie kan een versterkt probleem zijn als ook de kwaliteit van het leefgebied onder de maat is. Het blijft dus maatwerk.
Is de overheid pas in 2005 gestart met het opheffen van de knelpunten? Neen, Rijkswaterstaat, ProRail, provincies en sommige gemeenten zijn al jaren bezig met het verminderen van schadelijke invloeden die nieuwe en bestaande wegen, spoor en kanalen met steile oevers hebben op de versnippering van leefgebieden van plant en dier. Een meerwaarde van het MJPO is onder andere een meer integrale en gebiedsgerichte aanpak. Dus meer landelijke afstemming, meer samenhang in de uitvoering van maatregelen en meer samenhang binnen de regio’s.
Wie gaven er opdracht? De ministers van Infrastructuur en Milieu (voorheen V&W en VROM) en Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (voorheen LNV) gaven in 2004 gezamenlijk opdracht tot de uitvoering van het MJPO. De Tweede Kamer bekrachtigde dat in 2005. In 2009 is deze opdracht geëvalueerd en is de lijst met knelpunten bijgesteld en in MIRT verband vastgesteld in voorjaar 2010.
Wat is gevolg van het beleid van kabinet Rutte? De robuuste verbindingen zijn tijdens kabinet Rutte I geschrapt en daarmee is onduidelijk of en hoe een aantal knelpunten zal worden aangepakt. Dit zal plaats vinden op basis van de herijking van de EHS. Dit is gedurende 2011 en 2012 onderwerp van bespreking binnen de provincies en in onderhandeling met het ministerie van Economische Zaken. De provincies bepalen hoe de herijkte EHS er uit zal zien en de uiteindelijk EHS zal medio 2013 vastgesteld worden. Het MJPO is daarop volgend
Om hoeveel maatregelen gaat het in totaal? Het gaat om 215 knelpunten die tussen 2005 en 2018 opgelost moeten zijn. Veel van deze knelpunten bestaan uit verschillende maatregelen. In totaal zijn dat er een kleine 600.
Van wanneer tot wanneer loopt het MJPO? De uitvoering van het MJPO is in 2005 gestart en zal in 2018 gereed moeten zijn. Dit past ook in een programmamatige uitwerking.
Wie zijn er bij de uitvoering van het MJPO betrokken? Bij de uitvoering van het MJPO zijn Provincies, Rijkswaterstaat (RWS), ProRail, Dienst Landelijk gebied (DLG), waterschappen, gemeenten, natuurbeschermingsorganisaties en de ministeries van Economische Zaken en Infrastructuur en Milieu (I&M) betrokken >>
Hoeveel van die knelpunten zijn tot nu toe gerealiseerd? Deze informatie wordt jaarlijks bijgewerkt in de jaarverslagen van het MJPO. Deze jaarverslagen worden gepubliceerd op deze website. Eind 2012 waren er totaal 68 knelpunten opgelost en 56 gedeeltelijk opgelost.
Werken ecoducten wel? Zijn er reeds effecten merkbaar? Onderzoek bij reeds bestaande ecoducten en faunapassages toont aan dat de maatregelen op grote schaal door dieren worden gebruikt. Minder duidelijk is of de beoogde diergroep in zijn geheel er positief door wordt bevorderd. De eerste aanwijzingen lijken de effectiviteit van de maatregelen op de biodiversiteit te bevestigen. Zo is de dassenpopulatie in Nederland mede door veilige verbindingen over en onder wegen verviervoudigd in de laatste twee decennia. Bovendien maakt DNA onderzoek duidelijk dat faunapassages bijdragen aan een versterking van de genenvariabiliteit aan beide zijden van infrastructuur. Het aantal dode dieren neemt dankzij de voorzieningen flink af. Dat is overigens ook veiliger voor het verkeer.
Wie bewaakt de voortgang en de kwaliteit van de uitvoering? De landelijke coördinatie van het MJPO ligt bij Rijkswaterstaat Dienst Verkeer en Scheepvaart. In eerste instantie hebben de provinciale MJPO-platforms de taak om tot een integrale aanpak in hun provincie te komen. Dat betekent dat het provinciaal natuurbeleid mede door de MJPO-maatregelen ondersteund wordt. Het Landelijk Coördinatiepunt bij Rijkswaterstaat bewaakt de integrale samenhang en de voortgang van de het MJPO en legt jaarlijks in het jaarverslag verantwoording daarover af. In 2008 is het MJPO geëvalueerd. Deze evaluatie is in 2009 voor behandeling aangeboden aan de Tweede Kamer en de aanbevelingen zijn in 2009 geďmplementeerd.
Om wat voor diersoorten gaat het? Dat is per knelpunt verschillend. En het is noodzakelijk de doelsoorten voor de aanleg van de voorziening te bepalen. Het gaat dan o.a. om dassen, vossen, herten, kikkers, reptielen, salamanders, bunzingen, konijnen, vogels, (vleer)muizen, insecten en/of spinnen. De soorten genoemd in bijlage II &IV van de Habitat- & Vogelrichtlijn vragen om extra aandacht.
Om wat voor soort maatregelen gaat het? Voor het opheffen van de ecologische barričres worden maatregelen als ecoducten, dassentunnels, ecoduikers, faunatunnels, boombruggen, hop-overs, etc. ingezet. In veel gevallen wordt ook gekeken of bruggen en viaducten geschikt gemaakt kunnen worden voor medegebruik door dieren. Het gebruik van rasters, geleiding door struiken en stobbenwallen is daarbij een beproefd middel.
Wie financiert de aankoop van gronden voor de herstelmaatregelen? De Nederlandse overheid heeft in 1990 de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) in het leven geroepen. Zij financiert ook de aankoop van gronden die nodig zijn voor het herstellen van de ecologische hoofdstructuur.
Is er inspraak bij de voorbereiding van de aanleg van natuurmaatregelen? Officieel zijn er via bestemmingsplanprocedures bij gemeenten en vergunningaanvragen mogelijkheden voor omwonenden en belanghebbenden om hun stem te laten horen. Daarnaast wordt bij de grotere projecten gericht gecommuniceerd met belangenorganisaties en omwonenden. Dat wil zeggen in samenhang met andere belangen in betreffend gebied.
Is er kans dat via de verbindingsroutes en faunavoorzieningen dierziekten zich kunnen verspreiden? Alterra heeft onderzoek gedaan naar deze vraag en is tot de conclusie gekomen dat de kans op de verspreiding van dierziekten via de EHS, robuuste verbindingen en faunavoorzieningen nihil is. Bovendien is gebleken dat bij de uitbraak van mond- en klauwzeer in 2001 de aanwezige ecoducten zeer snel en effectief konden worden afgesloten met een dubbel raster.
Ecoducten kosten die niet te veel geld in tijden van crisis? Het natuurbeleid en de beperking van de invloed van infrastructuur op natuur is in de eerste plaats een politieke keuze. De belangrijkste daarvan is het realiseren van de ecologische hoofdstructuur. Ecoducten laten eerdere/andere investeringen in de natuur beter renderen doordat ecoducten natuurgebieden aan elkaar koppelen. Of omgekeerd: zonder aanleg van de ecoducten worden/is een deel/veel van de eerdere/andere investeringen niet efficiënt besteed.
Wat heeft de mens aan een ecoduct? Op veel plekken zijn wegen en spoorwegen geen barričre voor mensen en is een extra verbinding voor mensen niet nodig. Bij sommige ecoducten worden naast het ecoduct een viaduct voor fietsers /wandelaars aangelegd, los of aan de buitenkant van het ecoduct. Om ecoducten te laten functioneren is een breedte van minsten 40 meter nodig; ook dan is het belangrijk medegebruik goed van de ecologische verbinding te scheiden. De beleidslijn hierbij is dat recreatief medegebruik is toegestaan mits het ecologisch functioneren van de voorziening niet wordt aangetast. Daarnaast zijn veel passages gekoppeld aan bijvoorbeeld een watergang. Hierbij is dan een multifunctioneel gebruik aan de orde.
Waar kan ik meer informatie vinden over het MJPO? Meer informatie over het MJPO en de uitvoering van maatregelen is te vinden op deze website. Voor intern betrokkenen is er een Toolkit Communicatie beschikbaar waarin diverse formats te vinden zijn (persbericht, sjabloon voor presentaties en publieksfactsheet). Vraag ernaar bij het Landelijk Coördinatiepunt.
