Wiericke (RV) (ZH 02)

Waar in Nederland?

ZH 02 - Wiericke (RV)

Gebiedsbeschrijving

Dit betreft een knelpunt in de voormalige Robuuste Verbindingen.

Locatie: In de verbinding tussen de Nieuwkoopse Plassen en de Reeuwijkse Plassen langs de Enkele Wiericke
Soort gebied: Graslanden en moeras
Natuurgebieden: Nieuwkoopse Plassen, Meijegraslanden, Bodegraven-Noord, Zuidzijderpolder, Polder Sluipwijk, Polder Oukoop, Reeuwijkse plassen
Doelsoorten: Meerval, Kleine modderkruiper, Ringslang, Noordse woelmuis, Waterspitsmuis, Otter en Bever
Barrière: De A12 en de spoorlijn Bodegraven-Woerden (en eventueel de spoorlijn Gouda-Woerden)
Maatregel(en): Faunatunnels, stobbenwal, looprichels
Samenwerking met: Rijkswaterstaat, ProRail, provincie Zuid-Holland, Staatsbosbeheer
Planning: Tezamen met de wegverbreding van de A12 is in 2012 een ontsnipperingsmaatregel genomen ter hoogte van de kruising van de Enkele Wiericke met de A12. Deze bestaat uit een viertal maatregelen die tezamen leiden tot een robuuste ontsnippering. Het gaat om looprichels langs de Enkele Wiericke, een faunatunnel van 2x2 m en een van 8x3,5 m en om een stobbenwal in de bestaande landbouwtunnel. Of en in hoeverre er nog ontsnipperingsmaatregelen nodig zijn bij beide spoorwegen is onderwerp van nadere studie.


Het knelpunt is de kruising van de voormalige robuuste verbinding 'Groene Ruggengraat' met, van noord naar zuid, het enkelspoor Bodegraven-Woerden, de A12 en veel verder naar het zuiden, de spoorweg Gouda-Woerden. Bij de uitwerking van de ecologische doelen voor alle deeltrajecten van de voormalige Groene Ruggengraat is naar voren gekomen dat het essentieel is voor het duurzaam instand houden van de biodiversiteit van grasland- en moerasnatuur in het Groene Hart dat de samenhang tussen de aanwezige belangrijke kerngebieden en die met nieuw te ontwikkelen natuur verbetert. Hoewel de ambities t.a.v. de Groene Ruggengraat later zijn verlaten, wordt er tussen de Nieuwkoopse en Reeuwijkse Plassen wel een natuurverbinding gerealiseerd. Ten noorden en zuiden van de ontsnipperingsmaatregel is circa 200 hectare grasland bestemd voor natuurontwikkeling. Deze gronden zijn inmiddels verworven en grotendeels overgedragen aan Staatsbosbeheer, maar nog niet ingericht. Voor de inrichting wordt onder meer gedacht aan de verbreding van sloten en aanleg van poelen, creëren van onbemest hooiland en plas/drasland.