Nieuws & publicaties

De mensen achter het MJPO: Bert Stegehuis

22 juni 2017

De mensen achter het MJPO: Bert Stegehuis

Het MJPO is een uniek samenwerkingsprogramma tussen Rijkswaterstaat, ProRail en de twaalf provincies. In deze rubriek spreken we telkens met iemand die via een van die samenwerkingspartners aan het MJPO is verbonden. Deze keer is Bert Stegehuis aan het woord. Hij is al vanaf het begin van het MJPO betrokken als coordinator voor Rijkswaterstaat in de regio Oost en lid van het landelijke afstemmingsoverleg. Deze zomer gaat hij met pensioen.

Bert, je bent coördinator voor het MJPO in de regio Oost. Wat houden je werkzaamheden in die functie precies in?

“Als coördinator ben ik van begin tot eind betrokken bij de maatregelen die Rijkswaterstaat neemt om knelpunten op te lossen in de provincies Gelderland en Overijssel. Ik inventariseer welke knelpunten er moeten worden opgelost die binnen het MJPO vallen. Daarbij zorg ik voor de bepaling van de exacte locatie(s), de doelsoorten en welke voorzieningen hierbij passen. Dat alles doe ik in nauw overleg met allerlei stakeholders zoals gemeenten, de provincie, natuurbeheerders, waterschappen en landgoedeigenaren. Als alle knopen zijn doorgehakt zorg ik ervoor dat de werkzaamheden worden geprogrammeerd en speel ik een adviserende rol bij het opstellen van het contract. Wanneer een marktpartij een project vervolgens uitvoert, toets ik regelmatig of de eisen die in het contract staan wel worden nageleefd.”

Je bent al vanaf het begin betrokken bij het MJPO, dan moet je inmiddels aardig wat knelpunten hebben opgelost. Waar ben je het meest trots op?

“Klopt. De regio Oost heeft veel natuurgebieden en een groot ecologisch netwerk. Ik ben betrokken geweest bij de realisatie van dertien ecoducten, en waarschijnlijk zo’n 150 kleinere faunavoorzieningen. Eigenlijk ben ik op allemaal even trots. We hebben een aantal geweldige voorzieningen aangelegd, die er niet alleen super uitzien maar ook goed worden gebruikt. En dat is uiteindelijk waar je het voor doet; de dieren die onze infrastructuur als knelpunt ervaren een stukje leefgebied teruggeven om zo hun voortbestaan te beschermen. Het doet me goed om te zien dat we hier ook in slagen.”

“Ook ben ik trots op de contacten die we in de afgelopen dertien jaar hebben opgebouwd. Niet alleen met de omgeving, die bijzonder blij is met de voorzieningen die Rijkswaterstaat heeft aangelegd, maar ook met verschillende andere partijen die bij ons aankloppen met vragen rondom ontsnippering. De provincies, die zelf ook ontsnipperen, vragen ons om mee te denken en ook buitenlandse overheden weten ons te vinden. Zo ontvingen wij al een delegatie uit Oost-Europa en de Baltische staten. Zij willen ook passages aanleggen, maar weten niet hoe ze het moeten doen. Zij zijn hier geweest om van ons te leren en wij zijn daar geweest om hen te helpen bij de voorbereiding. Het is dankbaar werk om zo ook in Europees verband te kunnen helpen bij natuurbehoud.”

Wat is het belangrijkste dat je hebt geleerd in de afgelopen dertien jaar?

“Bij het aanleggen van faunavoorzieningen heb je te maken met veel verschillende partijen. Het vinden van een oplossing die voor alle stakeholders acceptabel is, is niet voor elk knelpunt even makkelijk. Ik heb geleerd dat het belangrijk is om álle stakeholders te raadplegen en gezamenlijk tot een oplossing te komen. Iedere stakeholder heeft immers een eigen stukje kennis, expertise of invloed; natuurorganisaties kennen bijvoorbeeld de routes die dieren afleggen, gemeentes kunnen wijzigingen in het bestemmingplan doorvoeren en provincies zijn verantwoordelijk voor het natuurbeleid. Als er dus iets is wat ik heb geleerd, is dat ontsnippering iets is wat je samen moet doen.”

Vanaf deze zomer geniet je van je pensioen. Denk je dat het moeilijk is om het MJPO los te laten?

“Ja, ik vind het zeker lastig om het los te laten. De klus is natuurlijk nog niet helemaal af. Er zijn in Oost nog drie ecoducten en een aantal kleine voorzieningen die nu in voorbereiding zijn. Deze zijn nu vrijwel allemaal in een contract opgenomen en worden in de komende jaren uitgevoerd. Ik zal de werkzaamheden vanzelfsprekend op afstand blijven volgen. Uiteraard hoop ik dat ik nog een uitnodiging krijg als de ecoducten worden geopend.”

Je bent dus niet meer betrokken bij de afronding van het programma. Wat zou je je opvolger willen meegeven?

“Naast wat ik hiervoor al zei– zoek de samenwerking! – wil ik mijn opvolger en alle betrokkenen op het hart drukken te zorgen dat de voorzieningen die we hebben aangelegd straks ook consequent en adequaat worden onderhouden zodat deze blijvend kunnen functioneren. Dat betekent dus: zorgen voor regelmatige inspecties en periodiek onderhoud, in plaats van wachten totdat iemand toevallig een gebrek constateert. Op deze manier voorkomen we dat dieren opnieuw afgesloten worden van de leefgebieden die ze zo hard nodig hebben. Doen we dat niet, dan zijn al onze inspanningen voor niets geweest.”