Nieuws & publicaties

De toekomst van het ontsnipperingsnetwerk

09 oktober 2017

De toekomst van het ontsnipperingsnetwerk

Het is belangrijk om het samenwerking- en kennisnetwerk dat inmiddels is opgebouwd rondom het MJPO na het aflopen van het programma in 2018 te continueren. Dat is de belangrijkste aanbeveling van afstudeeronderzoeker Jan-Willem Schaap. In het kader van zijn studie aan de Rijksuniversiteit Groningen deed hij onderzoek naar de samenwerking tussen de verschillende partijen binnen het MJPO.

Jan-Willem ging begin dit jaar aan de slag met een onderzoek om inzichtelijk te maken hoe de samenwerking tussen de verschillende partijen binnen het MJPO is geweest. Wat ging er goed, wat ging minder en hoe kan de samenwerking in de toekomst verbeterd worden zodat ontsnipperingsprojecten efficiënter ontwikkeld, gerealiseerd en onderhouden kunnen worden? Hieronder zijn conclusies.

Toekomst van het netwerk

Sinds de start van het MJPO is er een netwerk ontstaan, bestaande uit ministeries, provincies en natuurorganisaties. Dit is zeer waardevol gebleken, niet alleen bij de uitvoering van projecten, maar ook op landelijk niveau. Adam Hofland, coördinator MJPO en begeleider van Jan-Willem: “Het is een zeer waardevolle, zo niet noodzakelijke samenwerking die nodig blijft bij de toekomstige aanleg van faunapassages en het dagelijks beheer en onderhoud van deze voorzieningen. Maar ook bij het delen van state-of-the-art kennis en het uitdragen van een gezamenlijke boodschap rondom nut en noodzaak van het verbinden van natuurgebieden.” De samenwerking past daarmee in de visie van de Green Deal Infranatuur, die mede ondertekend is door Rijkswaterstaat en het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Daarbij onderzoeken diverse betrokken partijen momenteel de beste manier om het netwerk voort te zetten, de eerste bijeenkomst daarvoor is al geweest.

Aanbevelingen om netwerk voor te zetten

Jan-Willem geeft concrete aanbevelingen om de toekomst van het netwerk veilig te stellen: “Allereerst moet er een platform blijven bestaan waarop we op landelijke schaal informatie en kennis kunnen blijven uitwisselen. Het is zinvol geld en capaciteit vrij te maken om dit kennis- en samenwerkingscoördinatiecentrum te continueren. Tot slot is het van belang om de succesfactoren en kansen goed te documenteren en te implementeren in leidraden en werkwijzers. Partijen die in de toekomst willen ontsnipperen kunnen deze vervolgens gebruiken.”

Successen en verbeterpunten

De voornaamste succesfactoren die uit het onderzoek naar voren komen zijn een heldere project- en programmascope, gemeenschappelijke doelstellingen, transparante communicatie, betrouwbaarheid, gebiedsgerichte aanpak en het van tevoren uitkristalliseren van belangen in samenwerkingsovereenkomsten. Toekomstige verbeterpunten zijn met name de afstemming met het beheer en onderhoud, het toetsen van het ecologisch functioneren en de wijze waarop invulling gegeven kan worden aan de regierol van de provincies.

Lees de publicatie hier.